De Figuranten - Theater Ensemble - Beautiful Monster

Ons theaterensemble over Beautiful Monster

We gingen met vier spelers van ons vaste ensemble in gesprek, over theater en monsters.

Dag Patricia, Ronita, Raf, Marinka. Hoe lang spelen jullie op dit moment al bij De Figuranten?

 

Patricia: Voor mij is dat 9 jaar, intussen.

 

Raf: Ronita – mijn vrouw- en ik zitten hier 3 jaar.

 

Marinka: Ik ben samen met Raf en Ronita gestart. De drie jaar dat wij hier nu zitten is er toch ook veel veranderd. Vooral bij onszelf natuurlijk: je bloeit enorm open tegenover je eerste keer, en ook dat maakt het allemaal wat professioneler.

 

Raf: In het begin durf je ook weinig. Je houdt je kalm. Maar hoe langer je bezig bent, hoe meer je ook zelf dingen durft aanbrengen en naar die voorstelling toeleeft.

 

Ronita: Ik durf véél meer dan de eerste keer dat ik hier kwam. Ik heb nog met carnavalsstoeten meegedaan voor mijn tijd bij De Figuranten, dus ik had eigenlijk wel wat toneelervaring, maar toch kom je van ver: dat is niet te vergelijken met wat we nu doen.

 

Marinka: Voor mij was dit mijn eerste toneelervaring. We komen hier allemaal terecht van verschillende hoeken en kanten, en plots zitten we samen in deze organisatie. De eerste keer was ik heel nerveus, maar ik werd meteen verwelkomd. Het was alsof ik hier al jaren kwam. We zijn erg hecht.

Heb je veel aan die hechtheid?

 

Marinka: Ja, dat is fantastisch. Onlangs had ik een operatie, en ik kreeg een kaartje van de groep. Dat doet deugd. We zijn ook naast de vloer een groep die sterk aan elkaar hangt. Theaterbezoekjes, kaartjes, berichtjes, …

 

Raf: Tijdens corona hielp het ook wel om tenminste De Figuranten te hebben waar je telkens terecht kon. Zelfs toen alles via Zoom was. Dat was niet zo fijn, maar je had tenminste een vaste groep om eens mee te babbelen.

 

Patricia: Ook de medewerkers zijn er altijd voor ons. Als het even tegen zit, kan je tussen repetities door altijd wel bij iedereen terecht. Ik mag hier altijd langskomen voor een koffie’tje of om eens iets op te zoeken op één van de computers. Ik ben hier thuis.

"We zijn ook naast de vloer een groep die sterk aan elkaar hangt."

Marinka

Wat is jullie favoriete Figurantenherinnering?

 

Marinka: We zijn eens op repetitieweekend geweest naar Dworp. Daar hebben we hard gewerkt, maar ook veel gegeten en veel gelachen.

 

Patricia: Mijn schoonste herinnering is ook hoe Ronny, een speler die inmiddels gestorven is, toen met mij is beginnen dansen. Dat was een fantastische gast en zulke momenten zijn mooi om aan terug te denken. Daarnaast heb ik ook fijne herinneringen aan een jaar waarin we op het festival Spots op West mochten spelen. We gaan dat dit jaar opnieuw doen en daar kijk ik wel erg naar uit.

Wat is de meerwaarde van Spots op West voor jou?

 

Patricia: Op dat festival komen veel verschillende organisaties, verschillende leeftijden en achtergronden. Je leert mensen en organisaties kennen uit andere landen.

 

Raf: Ik ben vooral heel benieuwd, en heel blij dat we de voorstelling voor een nieuw publiek kunnen spelen.

"Als het even tegen zit, kan je tussen repetities door altijd wel bij iedereen terecht. Ik mag hier altijd langskomen voor een koffie’tje of om eens iets op te zoeken op één van de computers. Ik ben hier thuis."

Patricia

Kunnen jullie het proces van de voorstelling, Beautiful Monster, eens schetsen?

 

Patricia: Ik zat er van in het begin bij, en ben moeten afhaken door gezondheidsproblemen. Gelukkig kon ik terug inspringen en door de lockdown heb ik niet veel gemist; toen ik terug kwam was het nog te volgen. Of ja… in het begin improviseerden we veel over monsters … en ik dacht soms: wat wordt dit? Op een dag stond er dan plots een draaischijf in de repetitieruimte. Ja zeg, hoe gaan we dat doen? Ook die bracht me aanvankelijk vooral in verwarring, maar we zijn meegegroeid en alle puzzelstukjes vielen in elkaar. De laatste weken boeken we steeds meer vooruitgang.

 

Ronita: In het begin was die draaischijf echt heel lastig. Ik ben niet zo sterk in beweging, en vond het soms heel verwarrend, inderdaad. Soms had ik zelfs even pijn en moest ik fysiek doorbijten, maar we kennen Hein. Het komt altijd wel goed, en zoals Patricia zegt: alles smelt in elkaar.

 

Raf: We doen veel dingen die dan niet meer in de voorstelling komen. Die heb je dan niet nodig. Veel oefeningen, bijvoorbeeld met die schijf en met beweging.

 

Marinka: Goh, ik denk dat we die toch nodig hebben hoor. Die zijn ook nodig voor je eigen ontplooiing en zelfvertrouwen. Je leert ook op een bepaalde manier te bewegen, je te presenteren, en dat werkt volgens mij door in de voorstelling.

Kan je een voorbeeld geven van zo’n oefening waarbij je erg bent gegroeid?

 

Raf: Toen we Club Muller speelden ben ik erg gegroeid. Toen heb ik echt leren tonen wat ik kan. Bij elke voorstelling bouw je daarop verder. In het begin moet je van heel diep komen, uitzoeken hoe je bepaalde dingen doet, maar hoe verder je gaat, hoe meer je je eigen sterktes kent.

 

Ronita: Ik was in het begin niet goed met tekst. De eerste voorstelling waarbij ik meedeed had ik zelfs geen tekst. Vorig jaar kwam er dan een beetje tekst, nu wat meer. En zo kan ik langzaamaan beter worden. Ik ben heel veel gegroeid in die drie jaar.

"Ik was in het begin niet goed met tekst. Vorig jaar kwam er dan een beetje tekst, nu wat meer. En zo kan ik langzaamaan beter worden. Ik ben heel veel gegroeid in die drie jaar."

Ronita

Heins tekst is ook erg abstract, hoe hebben jullie samen met hem gezocht naar manieren om die te spelen?

 

Patricia: We hebben daar via die Zoomsessies veel over gesproken, heel analyserend.

 

Marinka: Ja maar ook doende. Je speelt dan iets, en Hein geeft ons dan opmerkingen. Probeer het eens zo, doe eens dat… en zo zoek je samen wat er werkt.

 

Patricia: En zo zoeken we ook de rolverdeling. Op basis van wat het beste werkt. Marinka is in een bepaalde scène een soort verteller, dat is omdat dat haar ligt. Hein werkt heel erg vanuit onze sterktes.

Hoe vond je inhoudelijk ankers in de tekst?

 

Patricia: Het is een heel boeiende tekst. Voor mij helpen de bekende figuren: de boze wolf en roodkapje, dat roept van alles op. Zo zag ik wel wat we moesten doen.

 

Raf: Toen ik het de eerste keer las, begreep ik er niet zo heel veel van. Door de tekst beter te lezen, te kennen, in de vingers te hebben… komt er eigenlijk wel van alles uit. Zo wordt het duidelijk. Gelukkig is hij wel makkelijk in te studeren.

 

Patricia: Hein heeft ook altijd veel nadruk gelegd op het idee van de cirkel. Dat sprak me erg aan, ik vond dat interessant. Het idee van die man en die vrouw en hun kinderwens zette me aan het denken. Hein had ook een boek liggen dat hij zelf gebruikte, en dat heb ik eens meegenomen naar huis. Dat staat vol symbolen en cirkels, teksten over mannen en vrouwen,…Daar heb ik veel aan gehad.

 

Marinka: Ik heb in al die jaren geleerd: stel niet teveel vragen, het komt altijd goed. Je kan vertrouwen op je regisseur en je medespelers. Iedereen is zo enthousiast, doet zo hun best, dat het toch niet mis kan gaan? We steken er heel veel tijd in, maar ook heel veel hart.

"Voor mij is het echt een uitlaatklep. Als ik hier binnen stap, is het alleen toneel. Ik wil gewoon spelen. Ik leef voor toneel. En voor mijn vrouw Ronita natuurlijk. (Lacht)

Raf

Wat is voor jullie de grootste reden om al die tijd in zo’n repetitieproces te steken?

 

Patricia: Voor mij zijn De Figuranten écht familie. Ik heb een doos vol spullen, mijn kinderen en kleinkinderen kennen het. Ik kan niet meer weg.

 

Ronita: Ik zit hier graag, zeker. (Lacht) Ik heb soms geen zin om te komen, ’s avonds ben ik erg moe, maar ik kom toch elke keer. Iets haalt me over de streep. Ik weet dat ik blij zal zijn als ik hier ben.

 

Raf: Voor mij is het echt een uitlaatklep. Als ik hier binnen stap, is het alleen toneel. Je moet mij niet gaan vertellen over je dag of vragen om op café te gaan, ik wil gewoon spelen. Ik leef voor toneel. En voor mijn vrouw Ronita natuurlijk. (Lacht)

 

Als ik thuiskom, heb ik vaak nog steeds erg veel adrenaline. Ik kan niet meteen in bed kruipen na zo’n repetitie

 

Marinka: Als je speelt, valt al de rest weg. Het is een goede manier om je hoofd even te legen. Je bent alleen maar je rol. Je kan eens een andere persoon zijn dan in het dagelijks leven. Je mag van alles dat je buiten niet mag of kan.

 

Patricia: Voor mij zijn De Figuranten écht familie. Ik heb een doos vol spullen, mijn kinderen en kleinkinderen kennen het. Ik kan niet meer weg.

 

Marinka: Inderdaad. Het is een uit de hand gelopen hobby. Mochten we ooit op wereldtournee kunnen, ik zou niet twijfelen.

Meer weten over het proces? Lees meer in de babbel met regisseur Hein Mortier.

“De ambitie is om een voorstelling te maken die niemand anders kan maken”

LEES MEER

De Figuranten - Mad World 2022

Het maken van Beautiful Monster

Beautiful Monster, onze laatste avondvullende productie, kan nu worden geboekt. Ons vaste ensemble staat alvast te popelen om deze voorstelling op jullie los te laten. Artistiek leider en regisseur Hein Mortier vertelt over het traject.

Kan je het traject van de voorstelling even schetsen?

Hein: De voorstelling staat in de traditie van De Figuranten en radicaal teksttheater; daarmee bedoel ik een tekst die je erg stevig bewerkt en steeds vervormt. In die stijl hebben we al Hamlet bewerkt, De Kersentuin, en het werk van Heiner Muller. Daardoor kwam ik erop om met Faust te werken. Die andere voorstellingen begonnen thematisch rond moderniteit te draaien, en Faust is een tekst die zich afspeelt aan het eind van de Franse Revolutie, en dus de overgang daarnaartoe vertegenwoordigt. Voor ons was het een verderzetting van die thematiek; de worstelende, absurde mens die de oude wereld verlaat.

 

Van daar zijn we begonnen met brokstukken uit de originele tekst. In het kader van mijn eigen Masteropleiding in Maastricht (Hein volgt de opleiding Master in Theatre, nvdr.) hebben we dan twee weken daarrond geïmproviseerd met een klein groepje spelers. Zo hebben we de basis gelegd van wat de voorstelling inmiddels is geworden. Er blijft wel nog maar één tekstfragment van toen over.

“Dit is een tekst voor twee personages,

gespeeld door tien acteurs”

Hein: Heel snel daarna kwam corona, en dat heeft er even ingehakt. We zijn toen de werking beginnen opsplitsen, maar het bood ook kansen. Vanuit de brokstukken ben ik gaan verder schrijven op basis van die improvisaties. Mijn coach uit de opleiding, Paul Pourveur, heeft al die elementen bekeken en me aangespoord om verder weg te gaan van het letterlijke Faustverhaal. Daardoor zit er nu maar één concrete scène in het stuk waarin je het verhaal van Faust goed herkent. Twee spelers spelen daarin God en De Duivel. Voor de rest is de tekst erg abstract geworden.

 

De tekst is erg modern en abstract, wat een uitdaging is bij improvisaties. Daarbovenop heb ik de tekst in principe geschreven in twee personages, maar we hebben tien spelers. Dus we zijn gaan interpreteren: de spelers hebben dagboeken geschreven voor de personages, om hen te laten verbinden met de tekst.

Samen op zoek naar een duidelijke lijn

De tekst is erg modern en abstract, wat een uitdaging is bij improvisaties. Daarbovenop heb ik de tekst in principe geschreven in twee personages, maar we hebben tien spelers. Dus we zijn gaan interpreteren: de spelers hebben dagboeken geschreven voor de personages, om hen te laten verbinden met de tekst.

Hoe doe je dat dan, een tekst voor twee omzetten naar een groepsproject?

Hein: Tijdens het schrijven hebben we beslist het schrijfproces op zichzelf te laten staan; de regie is voor daarna. Ik heb dus niet geschreven naar de spelersgroep, maar ben gewoon vertrokken vanuit de brokstukken die we hadden verzameld. Je schrijft waar het over gaat. Bij ons is de grootste trigger de scène geweest uit Faust waarin Gretchen een kind vermoordt. Daardoor werd het logisch voor ons om een tekst te schrijven voor twee mensen: een koppel dat zich de vraag stelt of ze een kind willen. Dus de tekst op zich is er één die bestaat uit twee stemmen.

 

Sowieso hebben we bij De Figuranten de gewoonte om heel eigenwijze teksten te spelen en te onderzoeken. We vinden handvaten door veel samen te lezen of te improviseren. Soms gaat dat makkelijker dan anders. De tekst op zich geeft weinig houvast; er is bijvoorbeeld geen klassiek conflict. We springen voortdurend tussen verschillende settings en gaan daarop dan nog eens tien spelers zetten. Dus centraal binnen ons proces staat het zoeken naar een duidelijke lijn samen.

 

Die centrale vraag over het kind hebben we dan bijvoorbeeld aangenomen als startpunt. De meeste van onze spelers zijn ook vader of moeder. Daarom was het erg voedend om in het begin te improviseren rond ouderschap: wat gebeurt er als je kind maar niet slaapt en je gewoon gek maakt? Dat maakt leuke dingen los, zoals slaapliedjes, maar ook diepe frustraties. Als je kind zes dagen niet slaapt begin je wel demonen te zien. Dat soort improvisaties verbinden de tekst erg met de individualiteit van de spelers, maar bouwt ook een lijn in de personages en die settings.

Hoe functioneren de spelers in het maakproces?

Hein: Er is erg veel trial-and-error. We hebben een tekst die zichzelf niet laat spreken, waarbij de spelers essentieel zijn om ze tot leven te wekken. We zitten ook veel samen aan tafel en zoeken uit hoe hij klinkt, welke intenties er zoal in zitten,… want een mooi afgelijnd conflict is er niet. Dus elke zin die er in de tekst staat is een zoektocht om te spelen. Zo geven we samen dat materiaal voeding. We hebben het bijvoorbeeld eens gespeeld als peuters, punkers,... Acteertechnisch is dat niet evident, dus steken we ook erg veel tijd in acteurstraining. De voorstelling wordt één grote trip, en die moeten we samen maken.

“Een tekst is dood en leeft door de speler”

Hein: Een tekst is dood en leeft alleen als iemand praat. Een zinnetje heeft niet een eenduidige betekenis. Zelfs al heb ik het geschreven, ook ik weet niet hoe het zal moeten klinken. Daarom zijn mijn spelers echt van levensbelang. In een sociaal-artistieke context helpt het om intenties groter te maken in het spel. Ik moet soms heel erg méé zoeken met de spelers naar een manier om tot de juiste intentie te komen. Soms moet ik situaties bijvoorbeeld wat aandikken om de spelers uit hun schelp te krijgen: improviseer je rond dat gillend kind en je speler reageert niet, dan ga je extremer. Je gaat dan bijvoorbeeld zeggen dat dat kind dood is. Je moet steeds op zoek gaan naar een sleutel met en voor de speler. Daarnaast hebben we heel wat aandacht voor de individuele speler en gaan we ook vaak één-op-één afspreken wanneer iemand zijn stem niet volledig vindt. Dat is de uitdaging van de regisseur. Soms is het frustrerend als het daardoor niet meteen in zijn plooi valt, maar de voldoening wanneer dat wel gebeurt is dubbel zo groot.

Als we in de flow van de repetitie zitten gebeuren er fantastische dingen. Ik word erg blij als spelers hun eigen interpretatie aan iets geven of als iedereen hun tekst studeert. Dan zit het atelier vol met groepjes spelers die aan het werk gaan en dat vind ik magisch.

 

Je kent sommige spelers langer dan anderen. Zie je veel groei in zo’n proces?

Hein: Het is zalig om iemand de speler in zichzelf te zien vinden; dat geeft vaak vleugels. Natuurlijk zie je bij mensen die al langer komen dat ze wat meer vertrouwen hebben, ook op de momenten dat het niet meteen lukt.

 

De verleiding in dit soort werk is er altijd om vooral plezier te voorzien voor de spelers. Dan geef je soms een leuke opdracht die artistiek niet meteen zoveel resultaat geeft. Hoe verder we in het proces zitten, hoe minder daar nood aan is. Op een moeilijk moment ga ik wel terug naar die speelsheid, maar het is super om zoals vandaag aan tafel te kunnen zitten en de tekst uit te diepen.

“De ambitie is om een voorstelling te maken die niemand anders kan maken”

Hein: Door heel diep in een proces te gaan krijg je heel wat van de spelers: ze amuseren zich, ze ontdekken dingen over zichzelf, ze leren praten, ze leren lezen… je kan het ook over moeilijke zaken hebben. Wie groeit als speler, groeit ook als mens. Daarnaast geloof ik oprecht dat deze voorstelling enorm wint aan deze groep. Laat deze tekst door twee professionele acteurs spelen, en je kan ongeveer voorspellen wat er gebeurt. Zet er een sociaal-artistieke groep op, en de mogelijkheden zijn eindeloos. Het parcours van proberen, vallen en opstaan geeft zoveel elementen dat wanneer ze op z’n plek vallen, het eindresultaat héél eigenwijs is. Dat is ook mijn motor om dit te doen. De voorstelling die niemand anders kan maken, dat is onze ambitie.

Hoe beleven de spelers van Beautiful Monster het traject?

"Het is een echte uitlaatklep. Als ik hier binnen stap, is het alleen toneel."

Lees meer

De Figuranten - Jongeren Atelier

Hoe gaat het er aan toe in ons Theaterensemble voor Jongeren?

Een babbel met Phoeby Bottin, één van onze jongeren

Hoe ben je bij DF terecht gekomen?

Ik zit op school in Sint-Joris en we moesten een organisatie bespreken die iets met armoede te maken had. De Figuranten was de enige organisatie die ik zag die me echt interesseerde. Ik wil ook in de richting van de kunsten wil verder gaan, dus ik had dan wat onderzocht en toen zag ik reclame voor de kampen. Dan heb ik mijn buurmeisje Anouk meegevraagd; puur toevallig dus.

 

Op het kamp durfde ik eerst niet alleen gaan. Wie weet was daar superveel volk dat ik niet kende. Maar uiteindelijk waren we met drie die elkaar kenden, en was de groep ook niet te groot. Ik vind dat wel fijn, zo kunnen we een betere band opbouwen en wat hechter worden dan zo’n gigantische groep. Daar voel ik me soms wat bang in. Voor mij was de beslissing om mee te doen out of my comfort zone, maar ik ben heel blij dat ik het heb gedaan.

Vrijer dan in de toneelschool

Toen bleek dat jullie ook wekelijkse ateliers doen, wilde ik meteen meedoen. Ik zit ook op de toneelschool en wil écht later verder gaan in theater. De ateliers vallen net na mijn uren op de toneelschool, maar ik doe het wel elke week – het komt gelukkig nét uit!

 

Toneelschool is ook heel anders. Dat is een school, ze moeten je iets bepaald leren. Bij DF zijn we veel vrijer over wat we willen en mogen doen, wat we willen leren. We werken wel naar iets toe, maar toch is er heel veel openheid. We leren ook veel bij omdat Max en Colette zelf nog ‘les’ volgen in het hoger. Het is ook superfijn om eens naar hen te gaan kijken als ze zelf spelen. Dat inspireert wel. Ik zou ook supergraag eens naar de volwassenen van DF te gaan kijken als zij spelen. Het is tof dat er altijd van alles aan de gang is. Je leert ook gewoon veel door naar elkaar te kijken.

Toneelschool is ook heel anders. Dat is een school, ze moeten je iets bepaald leren. Bij DF zijn we veel vrijer over wat we willen en mogen doen, wat we willen leren. We werken wel naar iets toe, maar toch is er heel veel openheid.

Proeven van theater

Tijdens het kamp was het echt heel vrij, van alles door elkaar, van veel proeven. Tijdens de ateliers werken we wel wat meer toe naar iets overkoepelend, maar ook daarin mogen we veel uitproberen. Overlaatst heb ik samen met Anouk een stukje uit de film ‘It’ gespeeld, compleet met een décor dat op ons neerviel! Het is zalig dat we zo’n dingen kunnen uitproberen. Het zijn heel gevarieerde ateliers. Max & Colette vragen ook veel naar onze interesses of geven opdrachten zodat we zelf wat input hebben. Zo hebben we onlangs bijvoorbeeld een zin moeten meenemen die iets te maken had met een tekst waar we rond werken.

Werken met andere teksten

We werken nu met teksten die al bestonden. Mijn tekst gaat bijvoorbeeld over hoe het soms oké is om te blijven staan in je leven. Dan kan je zien wat er van anderen is geworden; het is een nogal neerkijkende, negatieve tekst, dat is wel interessant. We hebben verschillende teksten gelezen, en dan mochten we kiezen welke we deden. Het is fijn dat we dat konden doen, en dat er daarnaast ook ruimte is om zelf teksten te schrijven. De tekst die ik nu heb vind ik zo mooi omdat ik me er wel in kan vinden.

Een hechte groep

We zijn wel echt een groep. Je kan je wel eens aan elkaar storen, maar we hebben veel aan elkaar. We zijn ook niet meer verlegen of gegeneerd naar elkaar. Als Max en Colette ons vragen om te dansen met onze ogen dicht, dan doen we dat gewoon. In het begin was dat nog wel eng maar nu durf ik écht te spelen.

Sinds juli 2021 zijn Colette Goossens en Max Colonne begeleiders van het Jongeren Theater Ensemble. Lees het gesprek over hun ervaringen bij De Figuranten!

Lees meer

Heb je vragen? Zin om mee te doen?


De Figuranten - Jongeren Atelier

Jong Geweld: ons Theaterensemble voor jongeren

Een kijkje achter de schermen van ons Open Theaterensemble voor jongeren en een gesprek met begeleiders, Max en Colette.

Sinds juli 2021 zitten Colette Goossens en Max Colonne bij ons in huis. Ze coachen onze jongeren en begonnen vanuit een reeks zomerkampen, die uitvloeiden in een mooi doorlopend weekatelier tijdens het schooljaar. Lees mee over hun ervaringen bij De Figuranten!

Hoe zijn jullie bij De Figuranten terechtgekomen?

Colette: Max en ik kennen elkaar uit onze opleiding aan het KASK in Gent. We zitten wel niet in hetzelfde jaar, maar hebben elkaars traject hier en daar gevolgd. Dat maakt het dus wel spannend, want we hebben nooit echt samen gespeeld.

 

Max: Ik ben De Figuranten op het spoor gekomen toen ze begeleiders zochten voor een zomeratelier. Toen had ik net Colettes voorstelling (Mijn broer: the walrus) gezien, waardoor ik meteen aan haar dacht. Colette en ik konden een heel interessante match worden: ik houd van wat ze doet. Als Colette over theater spreekt, heeft ze het over verbeelding en hoe je daarin een wereld kan maken. Zo lukt het ook om wél met actuele dingen aan de slag te gaan, maar om wel in die fantasie te kruipen.

Hoe werken jullie dan samen?

Colette: Het is gewoon een superleuke match: wij zijn allebei echte spelers, dus onze focus ligt ook op de jongeren. We hebben wel een oog voor het bredere plaatje, maar eigenlijk is dat onze branche natuurlijk niet.  Tegelijkertijd verschillen we ook heel erg. Max is een heel vlotte en generueze speler, ik moet soms wat aan de zijlijn observeren. Die combinatie is voor de jongeren denk ik heel interessant: zij zitten soms zelf nog met blokkades en dan heb je een Max die dat los zwaait. En ik, op mijn manier, kan naast de vloer sturen.

 

Max: Het is ook zalig dat daar ruimte voor is. We nemen die ook voluit in ons onderzoek van onszelf en de jongeren. Colette houdt een oogje in het zeil te allen tijde, ik heb vaak de neiging om mee te doen, om naast ze te gaan staan.

Jullie zijn begonnen met de zomerateliers en zijn nu een dik halfjaar aan het timmeren aan een traject. Kan je even schetsen hoe dat tot nu toe liep?

Colette: Zoals bij elk project zijn er afvallers en nieuwkomers. Dat creëert soms een jojo-effect, maar je groep evalueert ook heel sterk. Dat vormt soms wel een uitdaging wanneer je naar een volledige, afgewerkte voorstelling wil werken.

 

Max: Daarom zien we de periode nu vooral als een vooronderzoek. We kunnen een stukje daarvan tonen in april. In de zomerateliers was het enorm fijn dat we plots een weg vonden naar een minder conventionele vorm van verbeelding. Toen hadden we als startpunt gekozen om rond monsterlijkheid te werken, en dat wrikte een bepaalde vrijheid los bij hen die mij eerlijk gezegd van mijn sokken blies. Dat had ik nog nooit gezien in een atelier, en prikkelde ons enorm om er verder op in te gaan. We zijn dan gaan zoeken naar uitdagingen voor elk individu om hen als spelers los te maken en verhalen buiten onze vastgeroeste denkkaders te vertellen. We doen dat door jabbertalk, een manier van spelen met nonsenstaal, of door samen te schrijven.

Toen we als startpunt kozen om rond monsterlijkheid te werken, wrikte dat bij de jongeren een bepaalde vrijheid los die mij eerlijk gezegd van mijn sokken blies. Dat had ik nog nooit gezien in een atelier.

Jullie schrijven dus ook met de jongeren. Hoe begin je daaraan?

Colette: Eigenlijk heel simpel. We verzinnen een korte schrijfopdracht. Ze krijgen even wat tijd voor zich alleen en lezen dan het resultaat aan elkaar voor. We verzamelen dat materiaal en dan beginnen we te wikken en wegen: wat willen ze zelf nog vertellen?

 

Max: Eén keer is daar eens iets heel speciaals gebeurd. Een deelnemer had iets vrij duister geschreven, duidelijk uit een eigen ervaring. Via het schrijven ging dat toch plots over iets anders. Door gebruik van stijl in rap, iets slam poetry-achtig…ontstond er iets moois. Die tekst was ergens een hoopvolle blik in de toekomst.

Kinderen lijken soms aliens, maar eigenlijk liggen ze van dezelfde zorgen wakker als ik

Colette: Je voelt ook dat er bij de jongeren heel veel kwaadheid zit. Over dingen die ze zelf meemaken, maar ook gewoon over corona bijvoorbeeld. Dat heeft me echt verrast. Kinderen leken voor mij altijd aliens, maar nu zit ik daar zo dichtbij en zie ik dat ze met dezelfde zorgen wakker liggen als ik. Daarom zijn we nu rond die boosheid ook aan het werken, we trekken die uit elkaar. We reduceren het tot handelingen, die we dan in een soort choreografie aan elkaar kleven.

 

Max: Onlangs zagen we ook een voorstelling, Dissident van Larastaal/NTGENT. Een heel agressieve, woedende voorstelling over de fouten in het schoolsysteem. Je ziet dan jongeren vertellen over die ervaringen als een soort absurde waarheid, en je realiseert je dat jongeren nu gewoon veel woede ervaren.

Het is gewoon keimoeilijk om nu veertien te zijn

Max: Kwaadheid en frustratie over corona, school, jezelf zijn: nu veertien zijn is gewoon supermoeilijk. We willen dat niet per se verwerken in het atelier maar wel aan de slag gaan met die emotie, zoals in die choreografie. We zijn dan ook gaan kijken welke schrijvers er zijn die heel boos werk maken, en we dachten meteen aan Bukowski. Daarom zijn we met zijn gedichten aan de slag gegaan samen met de jongeren.

 

Colette: Soms moeten we het eens een keer of twee herlezen, soms zijn ze best gechoqueerd. Ze vragen ons soms of dat nu poëzie is, en dan moet je natuurlijk ja zeggen. Maar uiteindelijk, na zo’n paar keer te herlezen, krijgen ze er vat op. Ze beseffen ineens dat die teksten hen ook kunnen raken, of ook over hen iets vertellen. Ze vinden zich er plots in.

Dat klinkt wel als een grote, langdurige evolutie.

Colette: Klopt, al zien we ook nog veel schrik om bijvoorbeeld voor publiek te spelen. Een bezoeker in het atelier doet hen al eens in een kramp schieten, dus zoeken we ook naar manieren om die publieksmassa te breken. Op het toonmoment willen we hen misschien een route laten lopen, of net het publiek één per één een route om hen heen doen maken. We willen weg van de klassieke opstelling en de druk wat van de ketel halen voor hen.

Jullie zijn nu ongeveer een half jaar aan het werken bij ons. In hoeverre beïnvloedt dat jullie eigen groeiende praktijk. Volgend jaar werken jullie ook aan een voorstelling. Zal die ook inhoudelijk vertrekken uit de jongeren?

Colette: Dat is nog even afwachten. We vinden het belangrijk om naar de jongeren toe te bewegen, maar we willen ook echt iets bieden aan hen. We willen de mogelijkheid geven om een klik te vinden met materiaal dat ze niet kennen, dat wij hen kunnen brengen. Maar we zijn geen regisseurs. Het moet van twee kanten komen: dat vergt uiteraard wel heel wat tijd en energie.

Hebben jullie het gevoel dat er al een bepaald thema op het schap ligt?

Colette: We hebben al eens een heel erg lang gesprek gehad met de jongeren over wat ze precies wilden doen, wat ze nog willen vertellen. Ze mochten allemaal twee kernwoorden aanbrengen. Daarin zagen we vooral dingen rond identiteit terugkomen – maar dat is uiteraard heel breed en vaag. Nu, er was ook sprake van (on)zichtbaar zijn, niet gehoord worden,… ik denk dat we wel verder zullen gaan in die richting. Het wordt wel een uitdaging om daarin een ontsnapping te blijven vinden. Heel veel dingen die ze schrijven zijn best zwaar, ook door hun eigen rugzak. Ik hoop dat we dat kunnen overstijgen door het wat extremer te maken, of er een kwinkslag aan te geven.

We zijn met gedichten van Bukowski aan de slag gegaan. Ze vragen ons soms of dat nu poëzie is, en dan moet je natuurlijk ja zeggen. Maar uiteindelijk, na zo’n paar keer te herlezen, krijgen ze er vat op. Ze beseffen ineens dat die teksten hen ook kunnen raken, of ook over hen iets vertellen. Ze vinden zich er plots in.

En, zijn jullie eigenlijk gelukkig bij De Figuranten?

Colette: Ik vind dat écht een fantastische plek.

 

Max: Het is ook zalig om samen te werken met Jolyne (onze jongerenwerker, nvdr.) : de jongeren hebben zoveel vertrouwen en respect voor haar. Dat is een enorme meerwaarde als maker. Ook het vertrouwen vanuit de hele organisatie is heel fijn. Er hangt zoveel geschiedenis aan vast, dat is allemaal doorgestroomd naar de rest van het sociaal artistieke veld, en het is een geschenk om daarmee aan de slag te kunnen. Ik was me daar in het begin niet zo bewust van, maar het is bijvoorbeeld zalig om af en toe op verhaal te komen bij Hein, met al zijn ervaring, en dan uit te wisselen over methodes en zo.

 

Colette: Het is echt een warm nest, eigenlijk. Wat me heel erg ontroert is dat er bijvoorbeeld iemand in de groep zit die vaak honger heeft, en die krijgt altijd meteen een boterham met choco. Dan smelt mijn hart. Er is ook iemand die komt voor de gezelligheid, met een lichte interesse in theater en veel fascinatie voor de techniek. Het is zalig dat dat kan en mag. Het is ook fijn dat dat gebouw zo open is, er zijn niet veel deuren. Dat geeft enorm veel vrijheid, het voelt altijd alsof er superveel mogelijk is. Je zit precies op je eigen zolder en vindt heel de tijd spullen en ideeën om te gebruiken en te bricoleren. Je kan in de keuken repeteren of schrijven op de koer. We hebben zelfs eens in het décor van de volwassenen gespeeld. Dat was heel leuk. Ze hadden toen eens een verhoog en plots hadden ze een gevoel dat het ‘voor echt’ was.

Lees ook de babbel met Phoeby Bottin, één van onze jongeren.

"Bij De Figuranten zijn we veel vrijer over wat we willen en mogen doen, wat we willen leren. We werken wel naar iets toe, maar toch is er heel veel openheid."

Lees meer