Het verhaal: ANTIHELD HAMLET

De ziel van de oude koning Hamlet zweeft onrustig over het land. Hij vindt geen rust, hij wil wraak, want hij is in koelen bloede vermoord door Claudius, zijn bloedeigen broer. De oude koning spookt rond het kasteel en eist van zijn zoon, de jonge prins Hamlet dat hij Claudius doodt. Een oog voor een oog, een tand voor een tand. Hier begint de tragedie, want Hamlet vraagt zich af of hij dat moet doen en of hij überhaupt wel koning wil worden.

Het thema: GEDWONGEN IDENTITEIT

Het geniale van Shakespeares tekst is dat er heel veel betekenislagen in terug te vinden zijn. Wij kiezen in onze bewerking voor het thema van gedwongen identiteit. Wat als we gedwongen worden te zijn wie we niet willen zijn? Wat als we niet kunnen houden van wie we willen houden? Wat als we verplicht zijn te handelen tegen onze morele principes? Dat leidt tot niet handelen, maar tot een innerlijke strijd, zelfs tot een impasse. Tot not to be.

Wat als we gedwongen worden te zijn wie we niet willen zijn?

De vorm: DE WERELD IS EEN GEVANGENIS

De plaats van het theater is een kasteel in Denemarken, maar staat voor de wereld van vandaag. De wereld rond ons. Helaas, niet de vrije wereld, maar de wereld als een gevangenis. Een wereld zonder vrije wil, zonder vrije keuze, waar dictators het zijn en het niet zijn bepalen en iedereen doden die niet in hun regime past.

De spelers: ANCIENS

Natte Sneeuw wordt gecreëerd en gespeeld door enkele doorgroeiers die binnen DF al heel wat creaties achter de rug hebben. De groep wordt aangevuld met nieuwkomer Lola en twee muzikanten, een slagwerker en een klarinetiste.

Grote donkere donkere wolkenHangen boven ‘t land‘T regent en ‘t schneeuwt heel den tijdNatte schneeuw‘T bliksemt zelfs en ‘t dundert luwe‘T stof van d’aarde es moze‘T ges (gras) es wegD’riolen lopen over‘T stinkt naar kak, pies en kotsÉn bovenalles ‘t spookt


Het Kind

TEKSTFRAGMENT

OUDE KEUNING VADRE / HET KIND

Oude keuning vadre
Waar es min broere
Waar es min broere
Waar es t ie
Waar es t ie

Het kind

D’er es een oud oud kasteel
Ip nen oude ouden berg
De bomen zin dor, de rozen weg
T es eerder winter dan herfst
In ieder geval geen lente en geen zomer mjir
Grote donkere donkere wolken
Hangen boven ‘t land
‘T regent en ‘t schneeuwt heel den tijd
Natte schneeuw
‘T bliksemt zelfs en ‘t dundert luwe

‘T stof van d’aarde es moze
‘T ges (gras) es weg
D’riolen lopen over
‘T stinkt naar kak, pies en kots
Én bovenalles ‘t spookt

‘T skint dat den geest es
De ziele van den oude keuning vadre die spookt
Ei zwerft en vliegt in een wit laken rond
Met an zinne voet een flaske wijn
Je vindt geen ruste
Zin geweten es niet kalme
Je vindt de weug niet naar n’anderen kant
Je ult en vloekt
Roept en tiert
Mword en brand

Oude keuning vadre
Waar es min broere
Waar es min broere
De lafaard, de klootzak
De machtwellusteling
Mwordenaare van eigen bloed
Vrouwafpakker, jaloers kind
Nieuwaard, krapuul
Doet die ne kroon van zin hoofd
En rap

Meer over dit project